Afscheiding is een term die vaak wordt gebruikt in Nederland om te verwijzen naar een historische gebeurtenis die plaatsvond in de 19e eeuw. Het woord zelf betekent letterlijk “afscheiding” of “scheiding” en verwijst naar de afscheiding van een groep christenen van de Nederlandse Hervormde Kerk.
De Afscheiding vond plaats in de periode tussen 1834 en 1836 en werd geleid door voorgangers zoals Hendrik de Cock en Hendrik Scholte. Deze groep gelovigen voelde zich niet langer thuis in de Hervormde Kerk en besloot om een nieuwe gemeenschap te vormen die meer in lijn was met hun eigen geloofsovertuigingen.
De redenen voor de Afscheiding waren divers, maar een van de belangrijkste was het verlangen naar meer vrijheid en autonomie in de uitoefening van het geloof. De Afscheiding leidde tot de vorming van de Gereformeerde Kerken in Nederland, die tot op de dag van vandaag een belangrijke rol spelen in het Nederlandse religieuze landschap.
De Afscheiding wordt vaak gezien als een belangrijk keerpunt in de Nederlandse kerkgeschiedenis en heeft een blijvende impact gehad op het religieuze en culturele leven in Nederland. Het heeft ook bijgedragen aan de diversiteit van religieuze gemeenschappen in het land en heeft geholpen om de vrijheid van godsdienst te bevorderen.
Hoewel de Afscheiding meer dan twee eeuwen geleden plaatsvond, blijft het een belangrijk onderdeel van de Nederlandse geschiedenis en een herinnering aan de waarde van religieuze vrijheid en diversiteit. Het is een voorbeeld van hoe gelovigen zich kunnen verenigen en opkomen voor hun overtuigingen, zelfs in het gezicht van tegenstand en vervolging.