De variatiebreedte is een statistische maat die wordt gebruikt om de spreiding van een dataset te meten. Het geeft aan hoeveel de waarden in een dataset variëren van elkaar. Het berekenen van de variatiebreedte is een eenvoudige maar belangrijke stap in het analyseren van gegevens.
Om de variatiebreedte te berekenen, moet je eerst de hoogste en laagste waarde in de dataset bepalen. Vervolgens trek je de laagste waarde af van de hoogste waarde. Het verschil tussen deze twee waarden is de variatiebreedte.
Stel dat je een dataset hebt van 10, 15, 20, 25, 30 en 35. De hoogste waarde is 35 en de laagste waarde is 10. Om de variatiebreedte te berekenen, trek je 10 af van 35. Dit geeft een variatiebreedte van 25.
De variatiebreedte geeft een indicatie van hoeveel de waarden in de dataset van elkaar verschillen. Hoe groter de variatiebreedte, hoe groter de spreiding van de gegevens. Een kleine variatiebreedte duidt op een dataset waarin de waarden dicht bij elkaar liggen.
Het berekenen van de variatiebreedte is een handige manier om snel een idee te krijgen van de spreiding van je gegevens. Het kan helpen om inzicht te krijgen in de variabiliteit en het bereik van de dataset. Met deze eenvoudige statistische maat kun je snel belangrijke informatie halen uit je gegevens.