In 1985 bracht Kees van Kooten, bekend van zijn typetje De Vieze Man, het lied “In Me Buik” uit. Dit nummer is een humoristische en ondeugende ode aan de liefde, waarin De Vieze Man zijn gevoelens op een komische manier uitdrukt.
Het lied begint met de tekst “Ja, ik heb ‘t in me buik, maagdelijk en puik, en het groeit en het groeit en het groeit.” Hiermee verwijst De Vieze Man op humoristische wijze naar zijn verlangen naar liefde en genegenheid. Hij beschrijft hoe zijn gevoelens steeds sterker worden en hoe hij zichzelf niet kan bedwingen.
Het refrein van het lied is een aanstekelijke meezinger, waarin De Vieze Man zingt: “In me buik, in me buik, in me buik, in me buik, in me buik, in me buik.” Deze herhaling van de zin versterkt de komische en aanstekelijke sfeer van het nummer.
De tekst van “In Me Buik” is speels en ondeugend, zoals we van De Vieze Man gewend zijn. Hij gebruikt grappige en soms zelfs wat vieze metaforen om zijn gevoelens uit te drukken. Zo zingt hij bijvoorbeeld: “Mijn hengel reikt naar jouw oor, de dobber zit al aan het snoer.” Deze tekst zorgt voor een lach op het gezicht van de luisteraar en laat zien dat De Vieze Man niet vies is van wat ondeugendheid.
Het nummer “In Me Buik” is een typisch voorbeeld van de humor van Kees van Kooten en zijn typetje De Vieze Man. Met zijn ondeugende teksten en aanstekelijke melodie weet hij zijn publiek keer op keer te vermaken. Het lied is dan ook een klassieker geworden in het Nederlandse cabaret en wordt nog altijd met veel plezier beluisterd.