In Zweden is het jagen op katachtige roofdieren zoals lynxen en jachtluipaarden toegestaan, zelfs voor buitenlandse jagers. Dit heeft tot controverses geleid, aangezien sommige mensen van mening zijn dat het doden van deze majestueuze dieren puur voor het plezier van de jager onethisch is.
De Zweedse overheid staat jacht op katachtige roofdieren toe als onderdeel van hun wildbeheerprogramma. Ze beweren dat het nodig is om de populatie van deze dieren onder controle te houden en om de belangen van de boeren te beschermen die vaak slachtoffer worden van roofdier aanvallen op hun vee.
Echter, veel natuurliefhebbers en dierenrechtenactivisten zijn het hier niet mee eens. Ze geloven dat het doden van deze dieren niet alleen wreed is, maar ook onnodig. Er zijn alternatieve methoden om roofdier-populaties te beheren, zoals het verplaatsen van dieren naar minder dichtbevolkte gebieden of het implementeren van niet-dodelijke afschrikmethoden.
Bovendien wordt de praktijk van het toestaan van buitenlanders om te jagen op katachtige roofdieren in Zweden vaak bekritiseerd. Veel mensen vinden het verwerpelijk dat mensen van buiten het land speciaal naar Zweden komen om te jagen op dieren die ze zelden of nooit in het wild zien.
Het debat over de jacht op katachtige roofdieren in Zweden zal naar verwachting nog lang doorgaan. Voorstanders van de jacht zullen blijven wijzen op de noodzaak van wildbeheer en de economische voordelen die de jacht met zich meebrengt, terwijl tegenstanders zullen blijven pleiten voor meer ethische en duurzame benaderingen van het omgaan met roofdieren in het wild. Het is een complexe kwestie die vraagt om een zorgvuldige afweging van alle betrokken belangen.