Het dragen van een sieraad bij een kerkgewaad is een traditie die al eeuwenlang bestaat. Het toevoegen van een sieraad aan het gewaad van een priester of andere geestelijke kan symbolisch zijn en een speciale betekenis hebben.
In sommige kerken wordt bijvoorbeeld een kruisje gedragen als sieraad, als teken van het geloof en de verbondenheid met God. Dit kan een eenvoudig zilveren kruisje zijn, maar ook een kostbaar gouden exemplaar met edelstenen erin verwerkt.
Een ander veelvoorkomend sieraad bij een kerkgewaad is de ring. Deze kan symbool staan voor de verbintenis met de kerk en de geloofsgemeenschap. Vaak wordt de ring gedragen aan de ringvinger van de hand waarmee de priester zegeningen uitspreekt.
Naast kruisjes en ringen zijn er nog tal van andere sieraden die bij een kerkgewaad gedragen kunnen worden, zoals broches, kettingen en oorbellen. Deze kunnen allemaal een speciale betekenis hebben en dienen ter verfraaiing van het gewaad.
Het dragen van sieraden bij een kerkgewaad is dus niet alleen een uiting van persoonlijke stijl, maar kan ook een diepere symbolische betekenis hebben. Het geeft de drager de mogelijkheid om zijn of haar geloof en verbondenheid met de kerk op een subtiele manier te tonen.