De autonoom werkende orde der begijnen: een eeuwenoude traditie
De autonoom werkende orde der begijnen is een eeuwenoude religieuze gemeenschap die haar oorsprong vindt in de Middeleeuwen. De begijnen waren vrouwen die ervoor kozen om in gemeenschap te leven, zich te wijden aan God en zich in te zetten voor de armen en zieken. Ze leefden samen in begijnhoven, waar ze een eenvoudig en vroom leven leidden.
De begijnen waren autonoom in die zin dat ze geen geloften van armoede, gehoorzaamheid en kuisheid aflegden zoals de nonnen in kloosters deden. Ze behielden hun eigen bezittingen en hadden meer vrijheid in hun handelen. Dit maakte de begijnhoven een aantrekkelijke optie voor vrouwen die wel een religieus leven wilden leiden, maar niet volledig wilden afzien van hun vrijheid en zelfstandigheid.
In Nederland en België zijn nog steeds sporen van de begijnen te vinden. Zo zijn er verschillende begijnhoven die tegenwoordig dienen als historische monumenten of als plekken van rust en bezinning. De begijnen hebben een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van deze regio’s en hun erfenis leeft voort in de huidige tijd.
De autonoom werkende orde der begijnen mag dan wel een ver verleden hebben, hun boodschap van eenvoud, naastenliefde en spiritualiteit blijft actueel. In een wereld die steeds sneller en oppervlakkiger lijkt te worden, kunnen we nog steeds veel leren van de levenswijze van de begijnen. Hun voorbeeld van gemeenschapszin, zorg voor anderen en innerlijke rust is een inspiratiebron voor ons allemaal.