Het Beleg van Antwerpen vond plaats in 1584-1585 tijdens de Tachtigjarige Oorlog en was een belangrijke gebeurtenis in de geschiedenis van de Nederlanden. Het was een belegering van de stad Antwerpen door de Spaanse troepen onder leiding van Alexander Farnese, hertog van Parma.
De belegering begon op 26 maart 1584 en duurde meer dan een jaar. De Spaanse troepen probeerden de stad te veroveren vanwege de strategische ligging aan de Schelde en als bolwerk van het protestantisme. Antwerpen was destijds een van de grootste steden van Europa en een belangrijk centrum van handel en cultuur.
De inwoners van Antwerpen verdedigden de stad met man en macht, maar al snel werd duidelijk dat ze niet opgewassen waren tegen het Spaanse leger. De bevolking leed onder hongersnood en ziektes, en uiteindelijk moest de stad zich overgeven op 17 augustus 1585. De overgave van Antwerpen betekende het einde van de Gouden Eeuw van Antwerpen en het begin van de contrareformatie in de Nederlanden.
Het Beleg van Antwerpen had verstrekkende gevolgen voor de stad en de regio. Veel protestanten vluchtten naar het noorden, waardoor steden als Amsterdam en Leiden floreerden. Antwerpen verloor zijn positie als handelscentrum en de economie van de stad raakte in verval.
Het Beleg van Antwerpen is een belangrijk onderdeel van de Nederlandse geschiedenis en wordt nog steeds herdacht. Jaarlijks vinden er herdenkingen en evenementen plaats om de slachtoffers te eren en de gebeurtenis te herdenken. Het is een herinnering aan de strijd en het lijden van de inwoners van Antwerpen tijdens deze donkere periode in de geschiedenis.