Deze gunsteling van Caesar werd uiteindelijk ook zijn moordenaar.
De bekende zin “Et tu, Brute?” uit Shakespeare’s toneelstuk Julius Caesar verwijst naar de verraderlijke daad van Marcus Junius Brutus, een van de meest vertrouwde vrienden en bondgenoten van de beroemde Romeinse keizer Julius Caesar. Brutus stond bekend als een loyale en toegewijde metgezel van Caesar, en werd zelfs beschouwd als een van zijn favorieten.
Echter, ondanks zijn nauwe band met Caesar, koos Brutus ervoor om deel te nemen aan een complot om Caesar te vermoorden. Op 15 maart 44 v.Chr. (de beruchte Idus van maart), voerden Brutus en een groep mede-samenzweerders een gewelddadige aanslag uit op Caesar in de Senaat, waarbij de Romeinse leider werd neergestoken.
Deze schokkende daad van verraad en moord zorgde voor grote opschudding in het Romeinse Rijk en had verstrekkende gevolgen voor de politieke situatie in het oude Rome. Brutus werd uiteindelijk verslagen in de daaropvolgende burgeroorlog, en pleegde zelfmoord om te voorkomen dat hij gevangen werd genomen door zijn vijanden.
Deze tragische geschiedenis illustreert de complexe en vaak verraderlijke aard van politieke intriges en machtsstrijd in de oude wereld. Het verhaal van Brutus dient als een herinnering aan de fragiliteit van vriendschap en loyaliteit, en de verwoestende gevolgen van verraad en moord.