En schraal was het in die Bijbelse stad.
In de Bijbelse stad was het weer schraal en onherbergzaam. De bewoners leefden in armoede en tekorten waren aan de orde van de dag. De straten waren kaal en verlaten, en de huizen stonden er verwaarloosd bij. De mensen leden honger en dorst, terwijl er nauwelijks iets te eten of te drinken was.
Toch hielden de bewoners hoop en vertrouwen in een betere toekomst. Ze baden tot hun goden en smeekten om hulp en genade. En op een dag werd hun gebed verhoord. Er kwam een rijke handelaar naar de stad die hen hielp met voedsel en kleding. De bewoners waren dolblij en dankbaar voor zijn komst.
Langzaamaan begon de stad weer tot leven te komen. De straten werden gevuld met gelach en gezang, en de huizen kregen weer een warme gloed. De bewoners waren dankbaar voor de hulp die ze hadden ontvangen en beloofden om goed voor elkaar te zorgen.
En zo bloeide de Bijbelse stad weer op, dankzij de inzet en vrijgevigheid van een enkele man. De bewoners leerden dat samenwerking en solidariteit de sleutel zijn tot een welvarende en gelukkige gemeenschap. En voor altijd zou de stad bekend staan als een plek van hoop en liefde.