Frans valt in een praalgraf
Het was een sombere dag toen Frans uiteindelijk viel in een praalgraf. Het praalgraf stond in een verlaten kerkhof, ver weg van de bewoonde wereld. Frans had het graf al een tijdje in de gaten gehouden, hij was gefascineerd door de prachtige beelden en versieringen die het graf sierden. Hij had er vaak over gefantaseerd om in het graf te liggen en de rust en vrede te voelen die het uitstraalde.
Op een dag nam Frans eindelijk de beslissing om zijn droom waar te maken. Hij klom over het hek dat het kerkhof omringde en liep recht op het praalgraf af. Met een zucht van opluchting liet hij zich zakken in het graf en voelde de koele steen onder zijn lichaam. Het was alsof hij thuis kwam, alsof hij eindelijk rust vond na jaren van onrust en angst.
Maar toen gebeurde het onvermijdelijke. Frans viel dieper en dieper in het graf, tot hij helemaal verdwenen was. Zijn geschreeuw weerklonk door de lege kerkhof, maar niemand hoorde hem. Frans was gevangen in het praalgraf, voor eeuwig verloren in zijn eigen droom.
Het nieuws van Frans’ verdwijning verspreidde zich snel door het dorp. De mensen waren geschokt en verdrietig, maar ook verwonderd over de vreemde gebeurtenis. Niemand wist wat er precies was gebeurd en hoe Frans in het praalgraf terecht was gekomen.
Maar één ding was zeker: Frans zou voor altijd herinnerd worden als de man die viel in een praalgraf. Zijn naam zou voortleven in de legende van het verlaten kerkhof, waar de geesten van de doden rondzwierven en de levenden angst aanjoegen.
En zo eindigt het trieste verhaal van Frans, de man die zijn droom najoeg en uiteindelijk verzwolgen werd door zijn eigen verlangen naar rust en vrede. Moge hij rusten in vrede, diep begraven onder de stenen van het praalgraf.