Het beeldschrift van de oude Egyptenaren staat bekend als hiërogliefen. Deze complexe vorm van schrijven bestond uit ongeveer 700 symbolen die werden gebruikt om verschillende woorden en begrippen uit te drukken. Het woord hiërogliefen is afgeleid van het Griekse woord “hieroglyphikos”, wat “heilig griffon” betekent.
Het gebruik van hiërogliefen dateert uit de vroege Egyptische geschiedenis en werd voornamelijk gebruikt voor religieuze en ceremoniële doeleinden. De symbolen werden vaak op tempelwanden, sarcofagen en andere belangrijke monumenten gegraveerd.
Elk hiërogliefensymbool vertegenwoordigde een specifiek woord of begrip en kon worden gelezen van links naar rechts of van boven naar beneden, afhankelijk van de richting waarin de symbolen waren geschreven. Hieroglyfen konden ook worden gecombineerd en samengesteld om complexere ideeën uit te drukken.
Het ontcijferen van hiërogliefen was lange tijd een mysterie voor archeologen en taalkundigen. Het was pas in de 19e eeuw dat de Franse taalkundige Jean-François Champollion erin slaagde om de hiërogliefen te ontcijferen, door de bekende steen van Rosetta te gebruiken. Deze steen bevatte inscripties in drie talen – het oude Egyptische hiërogliefen, demotisch en Grieks – waardoor Champollion de sleutel kreeg om de betekenis van de hiërogliefen te achterhalen.
Vandaag de dag worden hiërogliefen voornamelijk gebruikt voor decoratieve doeleinden en als artistiek element, hoewel er nog steeds archeologen en wetenschappers zijn die zich bezighouden met het bestuderen van deze fascinerende vorm van schrijven. Het beeldschrift van de oude Egyptenaren, de hiërogliefen, blijft een belangrijk onderdeel van de Egyptische geschiedenis en cultuur.