Het beeldschrift van de oude Egyptenaren staat bekend als hiërogliefen. Deze complexe vorm van schrijven en communiceren werd gebruikt door de Egyptenaren van ongeveer 3300 voor Christus tot de vierde eeuw na Christus.
Hiërogliefen bestaan uit een combinatie van logogrammen, waarbij elk symbool een heel woord of concept vertegenwoordigt, en fonetische tekens, die de klanken van de gesproken taal weergeven. Hierdoor konden de oude Egyptenaren complexe boodschappen en verhalen vastleggen en overbrengen.
Er zijn duizenden hiërogliefen bekend, elk met een specifieke betekenis en functie. Ze werden vaak gebruikt in inscripties op tempels, monumenten en graven, maar ook in administratieve documenten en literaire teksten.
Het ontcijferen van hiërogliefen was lange tijd een raadsel voor archeologen en taalkundigen. Het was pas in de 19e eeuw dat de Franse geleerde Jean-François Champollion erin slaagde om de Egyptische hiërogliefen te ontcijferen door de steen van Rosetta te bestuderen, een inscriptie die in drie talen was geschreven: hiërogliefen, demotisch en Grieks.
Tegenwoordig worden hiërogliefen voornamelijk gebruikt voor decoratieve doeleinden en in toeristische contexten. De meeste Egyptenaren spreken tegenwoordig Arabisch en gebruiken het Latijnse alfabet om te schrijven. Toch blijven hiërogliefen een fascinerend en belangrijk onderdeel van de Egyptische geschiedenis en cultuur.