Met de Nederlandse roman werd definitief afscheid genomen van de zijkanten van het hoofd. Deze titel kan op het eerste gezicht wat verwarrend lijken, maar het verwijst eigenlijk naar een interessante ontwikkeling in de Nederlandse literatuur.
In de afgelopen jaren is er een verschuiving opgetreden in de manier waarop Nederlandse schrijvers hun verhalen vertellen. Waar vroeger de focus lag op het beschrijven van de buitenwereld en de gebeurtenissen die daar plaatsvonden, is er nu steeds meer aandacht voor de innerlijke wereld van de personages.
Dit betekent dat schrijvers steeds vaker de diepte ingaan en de gedachten, gevoelens en emoties van hun personages uitdiepen. In plaats van alleen te beschrijven wat er gebeurt, proberen ze nu ook te laten zien wat er zich afspeelt in de hoofden en harten van hun personages.
Deze trend is goed te zien in recente Nederlandse romans, waarin de innerlijke wereld van de personages steeds belangrijker wordt. Schrijvers als Griet Op de Beeck, Herman Koch en Esther Gerritsen zijn hier goede voorbeelden van. Zij weten op meesterlijke wijze de gedachten en gevoelens van hun personages te verweven met de gebeurtenissen in het verhaal.
Door deze ontwikkeling wordt de Nederlandse literatuur steeds persoonlijker en intiemer. Lezers krijgen een kijkje in de psyche van de personages en leren hen op een dieper niveau kennen. Dit zorgt voor een rijkere leeservaring en maakt de verhalen des te indringender.
Met het afscheid nemen van de zijkanten van het hoofd, oftewel de buitenwereld, laten Nederlandse schrijvers zien dat de ware rijkdom van een verhaal te vinden is in de innerlijke wereld van de personages. En dat is een ontwikkeling die de Nederlandse literatuur alleen maar ten goede komt.