Tot de invoering van de euro in 2002 was de nationale munt van Spanje de peseta. De peseta was de officiële munteenheid van het land sinds 1868, toen het de oude Spaanse real verving. Gedurende meer dan 130 jaar was de peseta het symbool van de Spaanse economie en cultuur.
De peseta was onderverdeeld in 100 céntimos en werd uitgegeven door de Banco de España, de centrale bank van Spanje. De munt werd gebruikt voor dagelijkse transacties, zoals het kopen van goederen en diensten, het betalen van belastingen en het ontvangen van salarissen. De peseta was ook een populair verzamelobject vanwege de vele verschillende ontwerpen die werden uitgegeven.
Na de toetreding van Spanje tot de Europese Unie in 1986 begon het land met de voorbereidingen voor de invoering van de euro als officiële valuta. Op 1 januari 1999 werd de euro als elektronische valuta gelanceerd en op 1 januari 2002 verving de euro de peseta als wettig betaalmiddel.
De invoering van de euro bracht vele voordelen met zich mee voor Spanje, zoals het vergemakkelijken van internationale handel, het wegnemen van wisselkoersrisico’s en het bevorderen van economische stabiliteit binnen de eurozone. Hoewel sommige Spanjaarden nostalgisch zijn naar de peseta, wordt de euro nu algemeen geaccepteerd en gebruikt in het dagelijks leven in Spanje.
De peseta mag dan wel verdwenen zijn als nationale munt van Spanje, maar de herinneringen aan deze historische valuta blijven levendig in de harten van velen. De peseta zal altijd een belangrijk onderdeel blijven van de Spaanse geschiedenis en cultuur.