Vroeger was het heel gebruikelijk op school: het slotwoord. Dit was een moment aan het einde van de schooldag waarop de leraar nog even kort iets kon zeggen tegen de klas voordat iedereen naar huis ging. Het slotwoord was vaak een moment van reflectie, waarbij de leraar de dag kon evalueren en de leerlingen nog een laatste boodschap kon meegeven.
Het slotwoord had vaak een informeel karakter en werd door veel leerlingen gewaardeerd. Het gaf de leraar de mogelijkheid om de band met de klas te versterken en om nog even iets belangrijks te benadrukken. Ook kon de leraar tijdens het slotwoord nog wat praktische mededelingen doen of de leerlingen motiveren voor de volgende dag.
Helaas is het slotwoord tegenwoordig steeds minder gebruikelijk op scholen. Door tijdsdruk en strakkere lesroosters is er vaak geen ruimte meer voor dit soort momenten. Toch zijn er nog steeds leraren die het belangrijk vinden om af en toe een slotwoord te geven, omdat zij geloven dat het de band tussen leraar en leerling kan versterken en de leerlingen een goed gevoel kan geven aan het einde van de dag.
Het slotwoord op school is dus een traditie die langzaam aan het verdwijnen is, maar die voor veel leerlingen en leraren nog steeds veel waarde heeft. Het is een moment van samenhorigheid en reflectie, waarbij de leraar nog even de aandacht van de klas kan vragen en de leerlingen nog een laatste boodschap kan meegeven. Hopelijk blijft het slotwoord ook in de toekomst nog een plekje behouden in het Nederlandse onderwijs.