Op 6 oktober 1981 werd de Egyptische president Anwar Sadat vermoord tijdens een militaire parade in Caïro. Sadat was president van Egypte sinds 1970 en stond bekend om zijn pogingen om vrede te sluiten met Israël en zijn rol bij de Camp David-akkoorden in 1978.
De moord op Sadat vond plaats tijdens de viering van de achtste verjaardag van de Yom Kippoer-oorlog, waarbij Egypte en Syrië Israël aanvielen. Tijdens de parade opende een groep extremisten, die banden had met de Egyptische islamitische Jihad-beweging, het vuur op Sadat en andere hooggeplaatste functionarissen. Sadat werd geraakt en stierf later aan zijn verwondingen.
De daders van de aanslag werden gearresteerd en berecht. Verscheidene van hen werden ter dood veroordeeld en geëxecuteerd, terwijl anderen lange gevangenisstraffen kregen. De moord op Sadat schokte de wereld en zette de politieke situatie in Egypte op zijn kop.
Na de dood van Sadat werd vicepresident Hosni Mubarak de nieuwe president van Egypte. Mubarak regeerde het land tot 2011, toen hij werd afgezet tijdens de Egyptische Revolutie. De moord op Anwar Sadat markeert een tragisch moment in de geschiedenis van Egypte en herinnert ons aan de complexe politieke realiteit van het Midden-Oosten.