In 1979 werd de sjah van Iran afgezet door Ayatollah Ruhollah Khomeini, een prominente Iraanse geestelijke leider. Deze gebeurtenis markeerde het begin van een nieuw tijdperk in Iran, waarin de islamitische republiek werd opgericht.
Ayatollah Ruhollah Khomeini werd geboren op 24 september 1902 in de stad Khomein, gelegen in Centraal-Iran. Hij studeerde theologie en filosofie aan de Hozeh-ye Elmiye, een religieuze school in de heilige stad Qom. Khomeini werd al snel bekend om zijn kritiek op de Pahlavi-dynastie en zijn inzet voor een islamitische staat.
Gedurende de jaren 1970 groeide het verzet tegen het bewind van de sjah, Mohammad Reza Pahlavi. De sjah werd beschuldigd van repressie, corruptie en het negeren van de rechten van het Iraanse volk. Veel Iraniërs zochten naar een alternatief voor het autoritaire regime en vonden hoop in de ideeën van Khomeini.
In januari 1979 bereikten de protesten in Iran een hoogtepunt, waarbij miljoenen mensen de straat op gingen om te demonstreren tegen de sjah. Khomeini, die op dat moment in ballingschap in Frankrijk verbleef, werd het symbool van het verzet. Zijn toespraken, verspreid via audiocassettes, inspireerden en mobiliseerden de bevolking.
Op 1 februari 1979 keerde Khomeini triomfantelijk terug naar Iran, waar hij werd begroet door een enorme menigte. Hij verklaarde dat Iran een islamitische republiek zou worden met de sharia als de basis voor wetgeving. De sjah werd gedwongen om het land te verlaten en zocht uiteindelijk toevlucht in Egypte.
Na de afzetting van de sjah werd Khomeini de hoogste leider van Iran, met de titel “Opperste Leider” (Vali-e Faqih). Hij vestigde een islamitisch regime dat gebaseerd was op zijn interpretatie van de sharia. De nieuwe grondwet gaf hem buitengewone bevoegdheden en de islamitische geestelijkheid kreeg invloed over alle aspecten van het Iraanse leven.
Khomeini’s bewind werd gekenmerkt door strenge sociale controle, onderdrukking van politieke tegenstanders en beperkingen op vrijheden. De Verenigde Staten en andere westerse landen raakten al snel in conflict met Iran en de relatie verslechterde in de jaren die volgden.
Na de dood van Khomeini in 1989 werd hij opgevolgd door Ayatollah Ali Khamenei als Opperste Leider van Iran. Hoewel de politieke situatie in Iran sinds 1979 is geëvolueerd, blijft de erfenis van Ayatollah Khomeini van invloed op het land. Hij wordt nog steeds gezien als een belangrijke figuur in de Iraanse geschiedenis, zowel binnen Iran als internationaal.
De afzetting van de sjah in 1979 door Ayatollah Ruhollah Khomeini markeerde een keerpunt in de Iraanse geschiedenis. Het vestigde een islamitisch regime dat tot op de dag van vandaag van invloed is op de politiek, de cultuur en de samenleving van Iran.