Zo schreven de Romeinen zeven is een bekend gezegde dat verwijst naar de manier waarop de Romeinen cijfers gebruikten in hun geschreven taal. In het Latijnse schrift werden de Romeinse cijfers weergegeven door het gebruik van letters, waarbij elke letter een bepaalde numerieke waarde vertegenwoordigde.
De Romeinen maakten gebruik van een uniek systeem van cijfers dat verschilde van het decimale stelsel dat we tegenwoordig gebruiken. In plaats van de cijfers 0 tot en met 9, gebruikten de Romeinen een combinatie van letters om getallen weer te geven. De zeven letters die werden gebruikt waren I, V, X, L, C, D en M, die respectievelijk stonden voor 1, 5, 10, 50, 100, 500 en 1000.
Door deze letters te combineren konden de Romeinen getallen vormen die duizenden konden overschrijden. Zo kon het getal 7 worden geschreven als VII, wat staat voor 5 (V) plus 1 (I) plus 1 (I). Op dezelfde manier kon het getal 17 worden geschreven als XVII, wat staat voor 10 (X) plus 5 (V) plus 1 (I) plus 1 (I).
Het gebruik van Romeinse cijfers was wijdverbreid in het Romeinse Rijk en bleef lange tijd in gebruik, zelfs nadat het rijk was gevallen. Nog steeds worden deze cijfers gebruikt in bepaalde contexten, zoals bij het aanduiden van koninklijke titels (bijvoorbeeld Koning Willem III) of bij het nummeren van hoofdstukken in boeken.
Al met al is het gezegde “Zo schreven de Romeinen zeven” een interessante herinnering aan de unieke manier waarop de Romeinen getallen schreven en een testament van hun erfenis die nog steeds voortleeft in onze taal en cultuur.